Controle

controleDe TIB, CTIVD en de Tweede Kamer
Een belangrijke rol is weggelegd voor de nieuwe Toezichtscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Na de eerste kritiekronde op het wetsvoorstel heeft de regering deze toegevoegd. De TIB beoordeelt de toestemming van de minister om een aantal bijzondere bevoegdheden in te zetten op rechtmatigheid.

Sommige mensen die ik sprak zien de TIB als een belangrijk controlemechanisme, andere zijn bang voor een stempelmachine, die onder grote druk besluiten zal moeten nemen. Besluiten die overigens wel bindend zijn. En dat geldt ook voor de klachtenbehandeling, lees ik in de wet. Een grote vooruitgang, zeker omdat een aantal deskundigen, waaronder Nico van Eijk, verwacht dat het klachtrecht zo breder ingezet kan worden.

Er schuilen wel risico’s in de opbouw van dit gefragmenteerd toezicht, schrijft de CTIVD. Zo zijn er vragen bij de effectiviteit van dit stelsel en met drie verschillende partijen die dezelfde wet bewaken is de vraag terecht of dit wel op een zelfde manier gebeurt. Als de TIB een aanvraag goedkeurt die later door de CTIVD afgewezen wordt, wat dan? Maar los daarvan dient controle achteraf absoluut noodzakelijk te zijn, stelt de CTIVD. 

De al eerder genoemde ‘zorgplicht’ voor de kwaliteit van de gegevensverwerkingen ziet de CTIVD als waarborg en stelt de CTIVD in staat om (systeem)toezicht uit te oefenen op geautomatiseerde gegevensverwerkingsprocessen. 

Ook de samenwerking met buitenlandse diensten kent na de behandeling van de wet in de Tweede Kamer betere waarborgen stelt de CTIVD. Wettelijk is verankerd dat gegevensverstrekking moet passen in een samenwerkingsrelatie die getoetst is aan in de wet opgenomen toetsingscriteria. 

In al het toezicht is een belangrijk element toegevoegd dat in het kader van de discussie over de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie ook hier meerdere malen aan de orde is gekomen. De toepassing zou namelijk doelgericht moeten zijn. Een motie van Tweede Kamerlid Recourt (PvdA), die kamerbreed is aangenomen heeft ervoor gezorgd dat niemand hier nog meer om heen kan en dat de CTIVD hierop ook toezicht kan houden. ‘Op het toezicht van de uitvoering van de inzet is het criterium “zo gericht mogelijk” daarmee maatgevend,’ aldus de CTIVD.

Negatief blijft het punt dat niet de CTIVD zelf de rapporten direct naar de Tweede Kamer stuurt, en dus niet zelfstandig beslist over conclusies en oordeel. De situatie blijft nu zoals in de Wiv 2002 waarbij de minister nog met een rode pen door de rapporten kan gaan. Het heeft in 2014 geleid tot een conflict. De CTIVD wilde de tapstatistieken van de AIVD publiceren, de minister hield dit tegen, waarop de CTIVD op het rapport vermeldde: ‘Dit document is bewerkt in opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.’ De weigering van de minister bleek na procedures van BOF en mijzelf onterecht te zijn. Maar het geeft aan dat effectief toezicht, zoals vereist is in het EVRM niet mogelijk is op deze wijze.

Politieke controle 

En tenslotte de politieke controle, die zeker met de nieuwe Geïntegreerde Aanwijzing verder aan belang wint. Ik sprak er over met Constant Hijzen:

‘Dat staat niet in de wet en is formeel gezien ook een kwestie van de Kamer, is het ook altijd geweest. We hebben nog steeds de Commissie Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIV), beter bekend als de Commissie Stiekem. Het streven was altijd om alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer vertegenwoordigd te laten zijn. Onder Halbe Zijlstra (VVD), is de vertegenwoordiging in die commissie gewijzigd. Alleen de vijf grootste partijen zijn nu vertegenwoordigd, met twee partijen op afroepbasis. Wat ze kunnen doen, is de minister bevragen en die laat zich dan flankeren door een diensthoofd om over een bepaalde kwestie te praten. Vroeger werd er vaak over incidenten gesproken, tegenwoordig is de vergaderfrequentie vaak veel groter, omdat de diensten bij allerlei dingen betrokken zijn. Hoe ze intern tot een afstemming komen wordt nauwelijks reglementair vastgelegd. Of er geschreven regels zijn, of er stemmingen plaats vinden, dat kan je niet in zo’n wet regelen, dat regelt de kamer zelf en dat zit meer in een reglement van orde dan in een wet. Dus het is aan het parlement.‘ Kritiek blijft er, want zo is de stelling, de fractievoorzitters zijn te druk.

De Commissie-Dessens die in 2013 de Wiv 2002 evalueerde, concludeerde op het gebied van parlementaire controle dat de fractievoorzitters wellicht gespecialiseerde controle nodig hadden. ’Daar is ook over gesproken en inmiddels besloten uit te voeren‘, weet Constant Hijzen me te vertellen. ‘Maar het blijft een kwestie van inzet, ook met ondersteuning moet je stukken lezen en een oordeel vormen.’ Volgens Hijzen heeft het veel te maken met de hier heersende inlichtingencultuur. Ook hierover meer op de website.

Lees verder: Het slotwoord